Home / Toespraak Van Rick Bij De Vredesdienst Voor Dieren
Toespraak van Rick bij de Vredesdienst voor Dieren
25/12/2025
7 minuten
Op Zondagmiddag 21 december 2025 in de Nassaukerk in Amsterdam werd de 12e editie van de Vredesdienst voor dieren gehouden. Rick had de eer om dit jaar een bijdrage te mogen leveren. Natuurlijk ging het over de dieren die verdwijnen in de voerbakken van huisdieren. Hieronder de tekst en daaronder de video van de toespraak.
De voerbak en de blinde vlek
Vandaag ben ik hier óók voor al die dieren die ongezien verdwijnen in de voerbakken van de dieren waarvan we zoveel houden. Toen ik meer dan 25 jaar geleden vegan werd, raakte ik er steeds meer van overtuigd dat er voor alles waarvoor we dieren gebruiken ook een oplossing te vinden moet zijn zonder dieren.
Bij één onderwerp leek dat echter lastig: honden en katten. Het houden van honden en katten is binnen de kaders van het veganisme op zichzelf al een heikel punt, maar daarvoor was er altijd nog de adopt-don’t-shop-escape. Maar zelfs dan is er nog de vraag: wat moeten zij eten? Is het niet heel erg onnatuurlijk om deze dieren plantaardig te voeden? Doen we de dieren waarvoor wij direct zorgen niet tekort?
Bij katten lijkt dat nóg meer het geval, omdat katten een heel concrete voedingsbehoefte hebben: taurine. Een kat kan dat niet voldoende zelf aanmaken en moet het uit de voeding binnenkrijgen. Als het daar misgaat, kan dat leiden tot ernstige schade aan ogen en hart, en het kan uiteindelijk fataal aflopen.
Als je dierlijke ingrediënten verhit, gaat taurine voor een groot deel verloren. Om voldoende taurine in vleesbrokjes te krijgen, moet er na het verhitten taurine toegevoegd worden om ervoor te zorgen dat een kat geen tekorten oploopt. Diezelfde taurine, afkomstig van een synthetisch proces, kan ook aan plantaardige brokjes worden toegevoegd. In die zin is de stap van “vleesbrok” naar “plantaardige brok” minder mysterieus dan mensen denken: het is namelijk precies dezelfde taurine.
De gezondheid van de dieren waarvoor we zorgen staat voorop. Het is de taak die we op ons hebben genomen op het moment dat we besloten hebben een dier bij ons te laten wonen. Honden en katten hebben een speciale positie in onze maatschappij. De meeste mensen proberen goed voor hun huisdieren te zorgen. Voor huisdieren zijn er dierenartsen, gedragstherapeuten, hondenscholen: allemaal om hun welzijn te garanderen.
Zelf ben ik gediplomeerd gedragstherapeut. Tijdens mijn studie kreeg ik eens te horen dat de musketon, het ding waarmee je de riem vast kan maken aan het tuigje, die ik gebruikte, wat groot was en dat dat minder prettig voor mijn hond was. Op zich een prima tip die ik ten harte heb genomen, maar het contrast iets later tijdens de pauze kon wat mij betreft niet groter: de broodjes kroket waren niet aan te slepen.
En dat contrast zie je niet alleen daar. Je ziet het overal waar een dier dichtbij komt.
Als een hond wordt ingeslapen na een incident, of als er gesproken wordt over “hoog-risico honden”, dan zie je hoe groot de emotie is. Dan gaat het ineens over verantwoordelijkheid, over bescherming, over wat nog “kan” en wat niet.
En kort geleden had je hetzelfde effect bij probleemwolf Bram. De wolf kreeg een naam en een verhaal, en ineens was het onderwerp overal. Dan zijn we met z’n allen ineens heel precies over wat we een dier wel en niet mogen aandoen.
Dat vind ik niet overdreven. Ik vind het juist veelzeggend. Het laat zien dat we die morele scherpte wél hebben. Alleen lijkt die scherpte heel sterk afhankelijk van één ding: of het dier een gezicht krijgt in ons hoofd.
En dat laat precies hetzelfde zien: bij honden zijn we hyperzorgvuldig, bij andere dieren schakelen we dat morele gevoel opvallend makkelijk uit. En ondanks de broodjes kroket die ik voorbij heb zien komen heb ik er altijd in geloofd dat mensen via onze honden en katten kunnen begrijpen dat dieren meer zijn dan maar een dier. Honden en katten, wie twijfelt eraan dat we goed voor ze moeten zorgen? Ze hebben gevoel, kunnen pijn lijden en geluk ervaren. Oftewel: ze hebben belangen. Belangen waar wij rekening mee dienen te houden.
Maar hebben andere dieren dat dan niet? Natuurlijk wel! Alleen kost het ons veel meer moeite om dat in te zien. Een kroket schreeuwt het niet meer uit. Maar een koe, een varken, een kip en een vis: moreel gezien zijn ze in essentie niet anders dan onze honden en katten. Als we vinden dat we goed moeten zorgen voor honden en katten, dan moeten we eigenlijk wel vinden dat we goed moeten zorgen voor al die andere dieren.
En daarom is het ook zo gek om andere dieren in de voerbak van de hond of kat te doen. Ja, je hebt de zorg op je genomen voor hen, maar betekent dat je de andere dieren in de steek moet laten? Ik wil daarom stilstaan bij het simpele feit dat “voer” ooit óók een gezicht had — en bij al die dieren die via de voerbakken die wij onze huisdieren voorzetten verdwijnen via hun magen.
Want stel je het even heel nuchter voor: als het dier achter dat voer een hond was — een labrador, een teckel, maakt niet uit — dan zou het gesprek meteen klaar zijn. Dan voelen we allemaal: dat doe je niet.
En dat is het rare: die grens die we bij honden en katten vanzelfsprekend vinden, is geen mysterieuze grens. Het is gewoon: we herkennen het dier als individu.
Bij een kip, een varken of een vis herkennen we dat minder makkelijk, omdat het niet dichtbij komt. We zien het niet. We ontmoeten het niet. En daardoor kan het verdwijnen in een product, of in een brok, zonder dat het moreel “aan” gaat.
Maar als je eenmaal accepteert dat het verschil vooral in ónze afstand zit, dan wordt de voerbak ineens een heel concrete plek. Niet voor grote statements, maar voor consequent gedrag: als we de gezondheid van onze eigen dieren goed kunnen borgen, waarom zouden we dan nog doen alsof het offeren van andere dieren de standaard moet zijn?
Voor een gemiddelde middelgrote hond kan dat gedurende zijn leven — afhankelijk van grootte, levensduur en wat je voert — neerkomen op meer dan 100 andere dieren uit de bio-industrie. Voor een grote hond kan dat oplopen richting de 400. Enorme aantallen dieren om onze eigen dieren te voeden. Met niet alleen grote gevolgen voor andere dieren, maar ook voor het milieu.
Met VegaVriend houden we de impact bij van het kopen van plantaardige producten in plaats van dierlijke. Volgens onze berekeningen hebben we in een jaar tijd samen met onze klanten het leven van ongeveer 30.000 dieren bespaard uit de bio-industrie en ongeveer 1.500.000 kilo CO₂-equivalent. Dat komt overeen met zo’n 250 rondjes om de aarde met een personenauto.
Door huisdieren over te laten schakelen op plantaardige voeding kunnen we dus een ongelooflijke hoeveelheid leed en milieu-impact besparen. Maar dat heeft alleen waarde als de gezondheid van onze eigen dieren óók goed geborgd is. We willen onze zorg voor onze eigen dieren niet “inruilen” tegen een goed gevoel over impact. Nee, dat voelt natuurlijk niet goed.
Gelukkig laat steeds meer wetenschappelijk onderzoek zien dat plantaardige voeding helemaal niet ongezonder is. Integendeel: veel onderzoeken laten zien dat het minstens vergelijkbaar is, en vaak zelfs gunstig uitpakt.
Men denkt vaak dat onze honden en katten bepaalde INGREDIËNTEN nodig hebben, maar wat het geval is, is dat zij bepaalde VOEDINGSSTOFFEN nodig hebben. Alle voedingsstoffen die honden en katten nodig hebben, zijn ook uit plantaardige bronnen te halen.
Als we onze eigen dieren dan niets tekort doen met plantaardige voeding, dan is het onnodig om andere dieren te offeren. En als je één keer accepteert dat die voerbak niet alleen over jouw hond of kat gaat, maar ook over dieren die je nooit zult zien, dan krijgen die cijfers betekenis. Vandaag wilde ik die dieren wél zichtbaar maken.







